Rb. Amsterdam 23 maart 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:1585
Rechtbank stelt vast dat advocaat actief heeft meegewerkt aan betaling van de koopprijs van het enige actief in (inmiddels gefailleerde) vennootschappen aan een vennootschap buiten de groep, zonder dat daarvoor een (kenbare en niet kennelijk ondeugdelijke) rechtsgrond was, in plaats van aan de (economisch) gerechtigde vennootschappen. Rechtbank oordeelt dat advocaat onzorgvuldig en daarmee onrechtmatig heeft gehandeld jegens de schuldeisers van de gefailleerde vennootschappen en (hoofdelijk) aansprakelijk is voor de schade. De vaststelling van de aansprakelijkheid van de advocaat betekent niet zonder meer dat deze ook alle schade die (de curatoren stellen dat) de (schuldeisers van de) vennootschappen hebben geleden, moet vergoeden. Voormalig bestuurder van gefailleerde vennootschappen is eveneens aansprakelijk. Dat deze alleen maar deed wat een ander hem opdroeg ontslaat hem niet van de verplichting om als bestuurder in het belang van de vennootschap te handelen en zelf na te denken. Zaak wordt verwezen voor verder debat over de omvang van de vergoedingsplicht.
De uitspraak op rechtspraak.nl