Rb. Amsterdam 29 december 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:9638

In artikel 3.2.2 van het Luchthavenverkeerbesluit Schiphol zijn voorschriften opgenomen die de toename van de stikstofdioxideconcentratie, door de toename van het aantal vliegbewegingen, moeten compenseren. Op grond van deze regeling dient de exploitant van de luchthaven ervoor zorg te dragen dat de afhandelingsplaatsen op de pieren zijn voorzien van een vaste stroomaansluiting (een 400 Hz power unit) en van een voorziening voor preconditioned air (PCA), beide van voldoende kwaliteit, ter vervanging van de in het vliegtuig aanwezige Auxiliary Power Unit (APU) en dient de gezagvoerder ervoor zorg te dragen dat er bij de afhandeling van een vliegtuig aan de afhandelingsplaats, voor de stroomvoorziening en airconditioning, geen gebruik gemaakt wordt van de in het vliegtuig aanwezige APU of van een Ground Power Unit (GPU) voor zover vervangende voorzieningen beschikbaar zijn. Verweerder heeft eiseres wegens geconstateerde overtredingen van artikel 3.3.2, tweede lid, van het LVB een last onder dwangsom opgelegd, inhoudende dat het aantal overtredingen van artikel 3.3.2, tweede lid, van het LVB voor 1 februari 2015 moet worden teruggebracht naar nul. De rechtbank overweegt dat de bewijslast dat sprake was van een overtreding bij verweerder ligt, zijnde het tot handhaving bevoegde bestuursorgaan. Verweerder heeft naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende onderzocht waarom de APU op het moment van constatering aanstond, en daarmee of op het moment van constatering al dan niet sprake was van vervangende voorzieningen in de zin van artikel 3.2.2, tweede lid, van het LVB. De rechtbank is dan ook van oordeel dat niet is komen vast te staan dat ten tijde van de in het bestreden besluit gehandhaafde gevallen sprake was van overtreding van artikel 3.2.2, tweede lid, van het LVB. Verweerder was daarom niet bevoegd de last onder dwangsom op te opleggen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen