Rb. Amsterdam 9 december 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:8732
Participatiewet. Kostendelersnorm. Niet rechtmatig verblijvende partner. Compensatieregeling. Geen strijd met art. 1 EP, discriminatieverbod of art. 8 EVRM Eiser woont samen met zijn partner en hun kind, die beiden geen rechtmatig verblijf in Nederland hebben. Eiser ontving een bijstandsuitkering naar de norm van een alleenstaande met 20% woontoeslag. Verweerder heeft per 1 juli 2015 de kostendelersnorm toegepast op eisers uitkering. Verweerder heeft bij brief van 30 september 2015 aan eiser meegedeeld hem te zullen compenseren voor de gevolgen van de kostendelersnorm. Ten aanzien van de vraag of de toepassing van de kostendelersnorm in dit geval proportioneel is ten opzichte van de daarmee beoogde doelen, overweegt de rechtbank dat verweerder met de compensatieregeling heeft onderkend dat toepassing van de kostendelersnorm in gevallen als die van eiser mogelijk onevenredig uitpakt. Verweerder heeft daarin aanleiding gezien eiser volledig te compenseren voor de financiële gevolgen van de toepassing van de kostendelersnorm. Onder deze omstandigheden kan niet worden gezegd dat eiser door de inbreuk een onevenredig zware last moet dragen. Van strijd met artikel 1 van het EP is daarom geen sprake. Naar het oordeel van de rechtbank is voorts van een ongerechtvaardigd onderscheid in het onderhavige geval geen sprake. Het gaat bij de toepassing van artikel 22a van de Pw immers om de uitkering van de rechthebbende partner en die wordt op geen enkele wijze anders behandeld dan andere rechthebbenden met een al dan niet rechtmatig in Nederland verblijvende inwonende meerderjarige. De inwonende meerderjarige persoon telt mee in de kostendelersnorm ongeacht de inkomsten die deze persoon genereert of kan genereren, behoudens de uitzonderingen die genoemd zijn in artikel 22a, derde en vierde lid, van de Pw. Dat de gevolgen van de toepassing van de kostendelersnorm voor eiser feitelijk anders zijn omdat degene die in zijn geval als kostendeler is aangemerkt geen inkomsten kan en mag genereren, is een omstandigheid die verweerder ertoe heeft gebracht de genoemde compensatie te bieden. Naar het oordeel van de rechtbank is van een situatie waarin het gezinsleven niet kan worden uitgeoefend niet gebleken. Uit de gedingstukken blijkt dat de huur van de woning waar eiser met zijn gezin woont hoog is in verhouding tot de uitkering, maar niet is gebleken dat een situatie is ontstaan waarin de financiële problemen dusdanig zijn dat de situatie onhoudbaar is geworden of dat uithuiszetting dreigt. Zo deze omstandigheden al tot schending van artikel 8 van het EVRM zouden kunnen leiden, doen zich die in het onderhavige geval naar het oordeel van de rechtbank niet voor.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 7:1a Awb
- Artikel 3 Participatiewet
- Artikel 22a Participatiewet
- Artikel 24 Participatiewet
- Artikel 8 EVRM
- Artikel 14 EVRM
- Artikel 1 Protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden
- Artikel 11 Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten
- Artikel 12 Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten
- Artikel 26 BUPO
- Artikel 16 Europees Sociaal Handvest
- Artikel 17 Europees Sociaal Handvest
- Artikel 13 Europees Sociaal Handvest