Rb. Amsterdam 8 oktober 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:6952
Omgevingsvergunning voor het veranderen en vergroten van het pand [adres 1]. Anders dan eiseressen menen, is de bestuurscommissie Centrum van de gemeente Amsterdam niet alleen door de gemeenteraad, maar ook door het college van burgemeester en wethouders ingesteld. Uit de Gemeentewet volgt niet dat de raad en het college dit niet gezamenlijk zouden mogen doen. Dit betekent dat zowel de raad als het college hun bevoegdheden aan die commissie konden overdragen. Aan het gebrek dat het bestreden besluit is ondertekend namens het dagelijks bestuur van het stadsdeel Centrum in plaats van namens verweerder wordt voorbijgegaan met toepassing van artikel 6:22 van de Awb nu niet is gebreken dat eiseressen daardoor in hun belangen zijn geschaad. Verweerder was bevoegd om met toepassing van de in de planregels opgenomen afwijkingsbevoegdheid omgevingsvergunning te verlenen voor de dakterrassen en de dakopbouw. Verweerder heeft zich daarbij in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de belangen van eiseressen moeten wijken voor de met de dakterrassen en dakopbouw gediende belangen. De grondwaternorm van artikel 8.4.2. van de planregels is niet van toepassing op de situatie tijdens de uitvoering van de parkeerkelder. Daarop ziet alleen artikel 8.7 van het Bouwbesluit 2012 dat via een uitvoeringsvoorschrift bij het bestreden besluit aan de omgevingsvergunning is verbonden. In het bestreden besluit is ten onrechte niet opgenomen dat gemonitord moet worden conform het opgestelde en ingediende monitoringsplan. Het beroep is om die reden gegrond. Het bestreden besluit wordt vernietigd en de rechtbank voorziet zelf in de zaak, in die zin dat de uitvoeringsvoorschriften die bij het bestreden besluit aan de omgevingsvergunning zijn verbonden worden aangevuld met een voorschrift met betrekking tot het monitoringsplan en het calamiteitenplan.
De uitspraak op rechtspraak.nl