Rb. Amsterdam 11 februari 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:535
Renvooiprocedure over de bonusvordering van een werknemer van de in Nederland gevestigde gefailleerde vennootschap, maar werkzaam bij de nevenvestiging in Zwitserland. Voor de nevenvestiging te Zwitserland is aldaar volgens de Zwitserse wet een apart faillissement geopend. Het onderhavige vonnis gaat over: - de verhouding van deze renvooiprocedure met eenzelfde soort renvooiprocedure van dezelfde werknemer tegen de Zwitserse curator; - het onderscheid tussen renvooirechter en bodemrechter; - het begrip 'dezelfde partijen' in de zin van artikel 27 EVEX II; - het begrip 'samenhangende vorderingen' in de zin van artikel 28 EVEX II; - toetsing van de uitspraak van de Zwitserse rechter aan de openbare-orde-exceptie van artikel 34 EVEX II .
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen 28 maart 2000, ECLI:NL:XX:2000:AN7831
- HR 16 april 1999, ECLI:NL:HR:1999:ZC2888
- Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen 19 mei 1998, ECLI:NL:XX:1998:AD2884
- Hof van Justitie van de Europese Economische Gemeenschappen 22 februari 1979, ECLI:NL:XX:1979:AC6502
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2012:49