Rb. Amsterdam 26 mei 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:4863
Wet Mulder, verkeersboete, geen dwangsom. De officier van justitie beslist niet (tijdig) op het administratief beroep van betrokkene tegen de aan betrokkene opgelegde verkeersboete. Betrokkene stelt de officier van justitie in gebreke, maar doet dit voordat de beslistermijn eindigde. Betrokkene gaat in beroep bij de kantonrechter tegen het uitblijven van een besluit en verzoekt onder meer om dwangsommen vast te stellen. De officier van justitie heeft alsnog een besluit op administratief genomen. De kantonrechter verklaart betrokkene niet-ontvankelijk, omdat de ingebrekestelling prematuur was. Ten overvloede overweegt de kantonrechter dat het beroep tegen het uitblijven van een beslissing is komen te ontvallen omdat een beslissing op administratief beroep is genomen. Een belang kan niet worden ontleend aan het verzoek om dwangsommen vast te stellen. De dwangsomregeling ziet namelijk op beslissingen op aanvraag en niet op ambtshalve genomen beslissingen. In lijn daarmee kan evenmin een dwangsom worden verbeurd bij het niet tijdig nemen van een beslissing op bezwaar/administratief beroep tegen een ambtshalve genomen (primair) besluit. Een beschikking waarbij een verkeersboete is opgelegd is een ambtshalve te nemen beschikking. De officier van justitie verbeurt dan ook geen dwangsommen indien hij niet tijdig heeft beslist op het administratief beroep van betrokkene tegen de ambtshalve opgelegde verkeersboete.
De uitspraak op rechtspraak.nl