Rb. Amsterdam 28 januari 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:375
Geschil over uitvoering samenwerkingsovereenkomst tussen in Nederland gevestigde eiser en in de USA gevestigde gedaagde. Beroep op onbevoegdheid voorzieningenrechter. Artikel 6 sub a Rv. Artikel 1074d Rv. Geoordeeld wordt dat nu de overeenkomst in Nederland moet worden uitgevoerd, de Nederlandse rechter op grond van artikel 6 sub a Rv rechtsmacht toekomt. Gedaagde heeft verder onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de gevraagde voorzieningen (tijdig) in arbitrage kunnen worden verkregen, zodat ook artikel 1074d Rv niet aan bevoegdheid van de voorzieningenrechter in de weg staat. De vordering wordt afgewezen nu nader feitelijk onderzoek vereist is naar de gegrondheid daarvan.
De uitspraak op rechtspraak.nl