Rb. Amsterdam 22 april 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:3657

Renteswap (participating cap). Adviesrelatie. Dat Rabobank in alle schriftelijke documentatie heeft benadrukt dat zij geen advies verstrekte aan CIA maar slechts optrad als haar contractuele wederpartij doet daar (in dit geval) niet aan af. Dit betekent dat voor Rabobank een zorgplicht geldt. Looptijd van het rentederivaat komt niet overeen met de (kortere) looptijd van de onderliggende financiering en heeft daardoor voor de resterende looptijd (in beginsel) een speculatief karakter. Op Rabobank als ter zake deskundige bank rustte tegenover CIA bij de totstandkoming van de transactie in ieder geval de (algemene zorg)plicht om CIA voorafgaand aan het sluiten van de transactie in voldoende mate te informeren over het aangeboden product, de mogelijke gevolgen en de hierboven weergegeven specifieke risico’s van het afsluiten van de transactie. De omvang van die informatieplicht hangt af van de omstandigheden van het geval, waarbij een rol spelen de deskundigheid en relevante ervaring van CIA (en [naam 1]), de ingewikkeldheid van het desbetreffende product en de aan het product verbonden risico’s. De rechtbank oordeelt dat in dit geval van enige schending van de zorgplicht door Rabobank geen sprake is. Ook geen schending Artikel 86 Bgfo: deze bepaling staat er niet aan in de weg dat partijen afspreken dat tot een bepaald bedrag geen zekerheden hoeven te worden gesteld. Artikel 86 Bgfo strekt er immers (slechts) toe te voorkomen dat een belegger wordt blootgesteld aan risico’s die hij niet kan dragen. Onrechtmatige beslaglegging: stellingen in het beslagrekest in strijd met de waarheid.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen