Rb. Amsterdam 11 mei 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:2765

Beslissing ex art. 51, zesde lid, Sv. Naar het oordeel van de rechter-commissaris heeft de regeling van artikel 51b Sv. uitsluitend betrekking op het verstrekken van stukken voor strafvorderlijke doeleinden, in het bijzonder voor de verwezenlijking van de rechten van het slachtoffer als procesdeelnemer binnen het strafproces. Steun voor die opvatting wordt gevonden in het feit dat artikel 51b Sv. ziet op processtukken, terwijl ingevolge artikel 149a, tweede lid, Sv. tot de processtukken alle stukken behoren die voor de ter terechtzitting door de rechter te nemen beslissingen (cursief rechter-commissaris) redelijkerwijs van belang kunnen zijn (…). Hierbij gaat het kennelijk om te nemen beslissingen in het kader van de strafvorderlijke procedure, met inbegrip overigens van de procedure ex artikel 12 Sv. In het onderhavige geval heeft de verdachte rechtspersoon de haar aangeboden transactie aanvaard. Behoudens de procedure van artikel 12 Sv. zal het niet meer komen tot een strafproces. Gesteld noch gebleken is dat klaagster de stukken verlangt met het oog op een te entameren procedure ex artikel 12 Sv. Onder deze omstandigheden is de regeling van art. 51b Sv. niet van toepassing.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen