Rb. Amsterdam 3 maart 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:2217
Als gevolg van de wijziging Regeling subsidies AWBZ per 1 januari 2013 is aan eiser een kleiner persoonsgebonden budget (pgb) toegekend. Blijkens de toelichting op de wijziging van de Regeling subsidies AWBZ is een nieuwe toekenningstabel in bijlage 2 van de Regeling subsidies (de gewijzigde toekenningstabel) opgesteld, om de tarieven voor budgethouders met een verblijfsindicatie gelijk te stellen aan de zorgcomponent van de tarieven voor zorg in natura. Eiser heeft zich beroepen op de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 12 februari 2014 (ECLI:NL:RBDHA:2014:1652), waarin is overwogen dat bij gebreke van inzicht in de tarieven van de voorziening in natura, niet kan worden geoordeeld dat het aan de betrokkene toegekende pgb toereikend is om zelf een met de naturavoorziening vergelijkbare voorziening in te kopen. De rechtbank komt tot een andere overweging. Vaststaat dat de minister op grond van de Regeling subsidies AWBZ verweerder heeft opgedragen de toekenning van pgb’s uit te voeren. De Regeling subsidies AWBZ schrijft verweerder voorts dwingend voor hoe het pgb wordt berekend uit een gegeven zorgzwaartepakket. Dat betekent dat het niet aan verweerder is om te motiveren of dat pgb voor eiser toereikend is. Eiser heeft verder aangevoerd dat de met de wijziging van de Regeling subsidies AWBZ beoogde aanpassing van de hoogte van de pgb’s aan de tarieven van de voorziening in natura, eerder zou uitmonden in een verlaging van het uurtarief dan in een verandering van het aantal uren in de toekenningstabel. De rechtbank overweegt dat de minister de aanpassing van tarieven wellicht ongelukkig heeft uitgedrukt in een verlaging van de klasse (het aantal uren) in plaats van een verlaging van het uurtarief. Het beoogde effect van de wijziging van de Regeling subsidies AWBZ, aanpassing van het pgb-tarief aan de tarieven voor zorg in natura, wordt daardoor echter niet anders. Zoals ook is overwogen door de rechtbank Zeeland-West-Brabant in de uitspraak van 30 juni 2014 (ECLI:RBZWB:2014:4607), is het effect voor betrokkenen niet dat zij met het toegekende pgb – een subsidie – minder kunnen inkopen, maar dat zij dezelfde zorg tegen een lagere prijs moeten inkopen. Beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl