Rb. Amsterdam 28 april 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:9622
Bij besluit van 19 augustus 2013 heeft verweerder zichzelf, als eigenaar van de Oudekerkstoren, op verzoek van de Stichting Oude Kerk, een omgevingsvergunning verleend voor het veranderen van de toreningang van de Oude Kerk. Anders dan verzoekster betoogt, ziet de voorzieningenrechter geen redenen voor de conclusie dat verweerder de adviezen van de CWM en het BMA vanwege de wijze van totstandkoming niet aan de vergunningverlening ten grondslag heeft kunnen leggen. Zowel de CWM als het BMA beschikten over afdoende gegevens om tot een advies te kunnen komen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter bestaat voorts geen grond voor het oordeel dat het belang van de monumentenzorg zich tegen verlening van de omgevingsvergunning verzet, zodat verweerder deze vergunning mocht verlenen. In de enkele omstandigheid dat verweerder de vergunning feitelijk aan zichzelf heeft verleend, hetgeen volgens verzoekster tot extra oplettendheid ten aanzien van de vergunningverlening dient te leiden, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding anders te concluderen.
De uitspraak op rechtspraak.nl