Rb. Amsterdam 17 december 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:8981

Hoewel de gewone verblijfplaats van de minderjarige sinds haar niet teruggaan naar Noorwegen op afgesproken moment Nederland is, is de Noorse rechter bevoegd om over hoofdverblijfplaats te beslissen. Artikel 10:113 en 114 BW en artikel 8 en 10 Verordening Brussel II bis. De voorzieningenrechter acht zich wel bevoegd op grond van artikel 20 Verordening Brussel II bis een voorlopige voorziening aangaande de voorlopige verblijfplaats van de minderjarige te treffen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen