Rb. Amsterdam 15 januari 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:709

bezwaarschrift ex artikel 8 van de Wet Tarieven in Strafzaken (WTS) gegrond verklaard. In verband met het afleggen van een getuigenverklaring in een strafzaak heeft de griffier aan de getuige een vergoeding toegekend. De getuige heeft daartegen op grond van artikel 8 WTS bezwaar gemaakt, stellende dat hij zelfstandig ondernemer is en door het afleggen van een getuigenverklaring inkomsten heeft gederfd. De voorzieningenrechter overweegt dat uit het systeem van de Wet Tarieven in Strafzaken volgt dat enerzijds het financieel nadeel dat betrokkenen in verband met hun verschijnen voor de rechter lijden, zoveel mogelijk weg wordt genomen, maar anderzijds dat niet zodanige hoge vergoedingen worden toegekend dat betrokkenen een financieel voordeel kunnen genieten. Hoewel op grond van artikel 8 lid 1 onder e van het Besluit Tarieven in Strafzaken de vergoeding is vastgesteld op € 6,81 per uur, heeft de wet niets bepaald omtrent vergoedingen voor zelfstandig ondernemers. Dit leidt ertoe dat in de geest van de wet moet worden beslist. In het onderhavige geval brengt dit met zich dat een hogere vergoeding is toegekend.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen