Rb. Amsterdam 20 februari 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:706
Bij de beoordeling van de vraag of volgens het toepasselijke Egyptische recht tussen de man en de minderjarigen familierechtelijke betrekkingen zijn ontstaan, rijst de voorvraag of het tussen de man en de vrouw gesloten polygame huwelijk als rechtsgeldig kan worden erkend. Deze voorvraag moet op grond van artikel 10:33 van het BW worden beantwoord op grond van het Nederlandse recht. Erkenning van dit polygame huwelijk is onverenigbaar met de openbare orde. De Nederlandse rechtsorde is in voldoende mate betrokken bij dit huwelijk, reeds omdat op grond van dat huwelijk wordt verzocht om afgifte van Nederlands paspoorten. Nu het huwelijk rechtsgevolg mist kan het geen basis bieden voor het bestaan van familierechtelijke betrekkingen tussen hun vader en eiseressen. Dit betekent dat eiseressen geen Nederlander zijn op grond van artikel 3, eerste lid, van de RWN. Het beroep op artikel 8 van het EVRM slaagt niet.
De uitspraak op rechtspraak.nl