Rb. Amsterdam 2 oktober 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:6777

KLM wil nieuwe roosters invoeren voor een van de afdelingen (K1), waarin de bagage wordt afgehandeld. Daarvoor heeft zij de instemming van de Ondernemingsraad nodig. Omdat de OR instemming heeft onthouden, vraagt KLM vervangede toestemming aan de kantonrechter op de voet van artikel 27 lid 4 WOR. De kantonrechter geeft de gevraagde toestemming, met de volgende hoofdoverweging: “De OR heeft niet betwist welke voor de medewerkers van K1 de directe gevolgen zijn van het inroosteren van Extra Rust in losse uren, zoals KLM dit in de betwiste zomerroosters wil invoeren. Het leidt niet tot meer werkuren maar wel tot een extra opkomst van twee dagen (= 16 uur) op jaarbasis. Die 16 uur worden gecompenseerd door een aantal kortere diensten te draaien. Daarnaast gaat een medewerker van K1 er ongeveer € 1,50 bruto per maand op achteruit, omdat de (weekend)toeslag iets lager wordt. Dit komt neer op een bedrag van ongeveer € 18,- bruto per jaar. De kantonrechter is van oordeel dat dit wel een extra belasting voor de medewerkers oplevert, en eveneens leidt tot een lagere beloning, doch dat deze gevolgen beperkt van aard zijn en niet opwegen tegen de belangen die KLM heeft aangevoerd, waaronder een aanmerkelijke kostenbesparing”. Ook de aanvullende argumenten die door de OR waren aangevoerd (de roosters leiden tot minder arbeidsplaatsen en leegloop, ze leiden tot meer ongelijkheid binnen de afdelingen voor de bagageafhandeling, er is onduidelijkheid over de inzet van uitzendkrachten en de mate van besparingen en de medewerkers willen de nieuwe roosters niet) wegen volgens de kantonrechter niet zwaar genoeg om de nieuwe roosters niet in te mogen voeren.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen