Rb. Amsterdam 22 september 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:6491

Naar het oordeel van de kantonrechter dient de retributie van 1 augustus 2011 te worden beschouwd als een besluit van een overheidsorgaan, waartegen bezwaar en beroep kan worden ingesteld. Gedaagde heeft welswaar aangevoerd dat er voor haar geen (toereikend) rechtsmiddel heeft open gestaan, doch dat heeft zij niet op enigerlei wijze verder onderbouwd. Veeleer moet uit de voorhanden zijnde gegevens worden afgeleid dat tegen de retributie wel degelijk bezwaar en beroep mogelijk is. Uit de aan gedaagde afgegeven retributie blijkt dat men zich tot eiseres kan wenden voor vragen of informatie, terwijl de website van eiseres (www.parkereninantwerpen.be) uitdrukkelijk wijst op de mogelijkheid van bezwaar (en bij afwijzing daarvan) verzet bij de rechtbank. Op het bestaan van deze website is gedaagde in elk geval in de aanmaning van eiseres d.d. 26 januari 2012 gewezen. De kantonrechter gaat ervan uit dat de verwijzing in artikel 15 van het retributiereglement naar de bevoegdheid van de rechtbanken van Antwerpen ziet op het in te stellen verzet. Mede gelet op het verweer van gedaagde moet het er voor worden gehouden dat er tegen de retributie geen bezwaar is gemaakt én dat de bezwaartermijn inmiddels is verstreken. Dat betekent dat aan de retributie van 1 augustus 2011 formele rechtskracht toekomt. Op deze grond betreft de onderhavige procedure (slechts) het verkrijgen van een executoriale titel met betrekking tot de onderhavige retributie tot doel en dat betekent dat het een burgerlijke zaak betreft in de zin van artikel 1 EEX-verordening. Daarom is de Nederlandse rechter bevoegd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen