Rb. Amsterdam 1 september 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:5579
Subsidie. De subsidieaanvraag van eiseres in het kader van de Deelregeling meerjarige activiteitensubsidies Fonds Podiumkunsten 2013-2016 is, ondanks een positief oordeel van de adviescommissie, niet gehonoreerd omdat het beschikbare budget niet toereikend was. De rechtbank is van oordeel dat het advies van de (deskundige) adviescommissie in strijd is met artikel 2:4, tweede lid, van de Awb en aldus niet op voldoende zorgvuldige wijze tot stand is gekomen. Ten aanzien van één van de commissieleden bestaat de schijn van belangenverstrengeling. Verweerder had het advies dan ook niet aan zijn besluitvorming ten grondslag mogen leggen. Omdat verweerder ter zitting heeft aangegeven dat hij een beoordeling wil ten aanzien van de werkwijze die bij de (nieuwe) Deelregeling is geïntroduceerd heeft de rechtbank zich uitgelaten over de werkwijze ten aanzien van het al dan niet bijwonen van concerten en het hanteren van de (sub)genres. Het bezwaar van eiseres tegen de toekenning van subsidie aan twee andere instellingen is door verweerder ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang. Het bezwaar van eiseres tegen de toekenning van subsidie aan een derde instelling is, zij het op onjuiste gronden, terecht niet-ontvankelijk verklaard.
De uitspraak op rechtspraak.nl