Rb. Amsterdam 15 januari 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:489
Collectieve actie 3::305a BW; Verjaring; Stuiting; Voldoende belang 3:303 BW. Heeft de VEB na verjaring van de vorderingen van de individuele aandeelhouders LCI nog voldoende belang bij de door haar gevorderde verklaringen voor recht? De VEB beoogt met de op de voet van artikel 3:305a BW gevorderde verklaringen voor recht de individuele aandeelhouders van LCI in staat te stellen jegens gedaagde 1 en gedaagden 2, 3 en 4 een vordering tot schadevergoeding uit onrechtmatige daad te gelde te maken. Op basis van de voorhanden publieke informatie moet in februari 2003 duidelijk zijn geweest dat gedaagde 1 en gedaagden 2, 3 en 4 van LCI konden worden aangesproken voor de door hen geleden schade zodat de verjaringstermijn voor de vorderingen van de aandeelhouders in ieder geval op 1 maart 2003 is gaan lopen en de verjaring, nu deze niet tijdig is gestuit, per 1 maart 2008 is voltooid. VEB heeft onvoldoende concrete feiten en omstandigheden gesteld waaruit kan volgen dat zij desondanks (nog) een voldoende belang heeft bij de jegens gedaagde 1 en gedaagden 2, 3 en 4 van LCI ingestelde rechtsvorderingen. Dit betekent dat zij daarin niet-ontvankelijk is.
De uitspraak op rechtspraak.nl