Rb. Amsterdam 10 juli 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:4869

Voor zover ervan moet worden uitgegaan dat het primaire besluit op de datum zoals vermeld op de door verweerder overgelegde schermprint is vastgelegd in het digitale archief, kan uit dit stuk noch uit de andere overgelegde stukken worden afgeleid dat het primaire besluit op die datum ook daadwerkelijk aan eiseres is verzonden. De gemachtigde van verweerder heeft ter zitting nog toegelicht dat berichten na de vastlegging in het digitale archief, via de zogenoemde couverteerstraat, waarin ze worden uitgeprint en in enveloppen worden gedaan, aan de postdienstverlener worden aangeboden. Het verzendproces is volgens de gemachtigde van verweerder hetzelfde als die waarbij de waarschuwingsbrieven worden verstuurd, waarover de Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld in de uitspraak van 24 februari 2012 (ECLI:NL:CRVB:2012:BC6893). De rechtbank is echter van oordeel dat hiermee de daadwerkelijke verzending van het primaire besluit op de betreffende datum aan eiseres, nog steeds onvoldoende aannemelijk is gemaakt. De beschreven werkwijze noch de overgelegde schermprinten geven bewijs dat, en op welk moment, het besluit fysiek is aangeboden ter postbezorging.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken