Rb. Amsterdam 27 juni 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:3902

Weigering verlenging subsidieverleningstijdvak Verweerder heeft in redelijkheid kunnen weigeren het subsidieverleningstijdvak te verlengen omdat de doelstelling om met het subsidiegeld van € 10.000.000 in 2011 28.000 huishoudens en kleine bedrijven in rurale gebieden in ontwikkelingslanden op duurzame wijze te voorzien van energiediensten niet is gehaald en niet aannemelijk is dat deze doelstellingen alsnog op afzienbare termijn kunnen worden gerealiseerd. Dat het behalen van de doelstellingen in de beginfase is achtergebleven door aanzienlijke procesvertragingen, onvoorziene opstartproblemen van bedrijven en uit de hand lopende kosten leidt niet tot een ander oordeel. Uit het subsidiebesluit blijkt niet van een nadere specificering van de wijze van vaststellen van het aantal te realiseren klanten. De wijze van vaststellen van het aantal klanten valt, anders dan gesteld, niet onder de wijze van uitvoering van activiteiten zoals bedoeld in voornoemd artikel van het subsidiebesluit. Ook na stopzetten van de bevoorschotting in september 2010 resteerden nog voldoende financiële middelen om het te bereiken subsidiedoel na te streven.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen