Rb. Amsterdam 22 april 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:2193
In het bestreden besluit heeft verweerder eisers rijbewijs voor alle categorieën motorrijtuigen met uitzondering van de categorie AM ongeldig verklaard en hem verplicht aan een alcoholslotprogramma deel te nemen. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit vanwege een motiveringsgebrek, nu verweerder eerst ter zitting niet meer betwist dat het bestreden besluit een punitief karakter heeft. Immers eiser is als beroepschauffeur voor zijn inkomen afhankelijk van zijn rijbewijs C. Gelet op de uitspraken van de Afdeling van 23 en 30 oktober 2013, zie onder meer ECLI:NL:RVS:2013: 1643, is niet meer in geschil dat het alcoholslotprogramma kan worden aangemerkt als gebaseerd op een ‘criminal charge’ in de zin van artikel 6 van het EVRM. De rechtbank ziet echter aanleiding om de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten. 1) Anders dan eiser aanvoert, levert het feit dat de mogelijkheid tot het inbouwen van het alcoholslotprogramma beperkt is tot één rijbewijscategorie geen strijdigheid op van het Reglement rijbewijzen met de Wvw 1994. 2) Er is geen sprake van strijd met het ‘ne bis in idem’ beginsel, reeds omdat ten tijde van het bestreden besluit de strafvervolging, die met de start van de behandeling ter zitting van de politierechter is begonnen, nog niet was aangevangen. 3) De Afdeling heeft in haar boven aangehaalde uitspraken geoordeeld dat de alcoholslot-regelgeving met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel tot stand is gekomen, zodat de eventueel onevenredig nadelige financiële gevolgen van het besluit voor eiser voor de aanvaardbaarheid van de maatregel geen rol kunnen spelen. Daarbij heeft de regelgever het vooralsnog niet maatschappelijk aanvaardbaar geacht dat de betrokken rijbewijshouders gedurende het alcoholslotprogramma motorrijtuigen van de categorieën C en D kunnen besturen, dan wel dat een uitzondering op dat uitgangspunt wordt gemaakt voor beroepsmatige chauffeurs van deze motorrijtuigen. Ook al voert eiser onderbouwd aan dat er momenteel hierover een kanteling in het denken in de maatschappij plaatsvindt, is de rechtbank met verweerder van oordeel dat niet vooruitgelopen kan worden op de regelgever.
De uitspraak op rechtspraak.nl