Rb. Amsterdam 16 april 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:1995
Artikel 4:3, eerste lid, van de Atw verplicht betrokkene een deugdelijke registratie ter zake van de arbeids- en rusttijden te voeren, zodat toezicht op de naleving van de Atw en de daarop berustende bepalingen mogelijk is. Voor het taxivervoer dient deze registratie op grond van artikel 2.4:2, van het Atbv in samenhang met artikel 4:3, tweede lid, van de Atw, in beginsel te geschieden in een werkmap. Het enkele feit dat eiser gebruik heeft gemaakt van een uitwisbare pen in de werkmap maakt naar het oordeel van de rechtbank niet dat eiser in strijd met artikel 4:3, eerste lid, van de Atw geen deugdelijke registratie heeft gevoerd. Van belang is dan of eiser op een andere wijze een registratie van arbeids- en rusttijden heeft gevoerd, die voldoet aan de eisen gesteld in artikel 4:3, eerste lid, van de Atw. Ter zitting heeft verweerders gemachtigde -desgevraagd- meegedeeld dat dit laatste niet het geval is en verwezen naar de resultaten van de bedrijfsinspectie. Op basis van de tijdens de bedrijfsinspectie ter inzage afgegeven administratie in combinatie met de werkmap was een deugdelijk toezicht op de arbeids- en rusttijden niet mogelijk. Gelet hierop is de rechtbank met verweerder van oordeel dat in de onderzochte periode ook niet op een andere wijze een registratie van de arbeids- en rusttijden is gevoerd die voldoet aan de eisen, gesteld in artikel 4:3, eerste lid, van de Atw.
De uitspraak op rechtspraak.nl