Rb. Amsterdam 17 januari 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:136

Het besluit over de snelheidsverhoging van 80 naar 100 km/h op de A10 West (Amsterdam) is niet met de vereiste zorgvuldigheid tot stand gekomen. Verweerder heeft bij de berekening van het effect van de snelheidsverhoging op de uitstoot van stikstofdioxide onvoldoende rekening gehouden met de locatie-specifieke omstandigheden. Bovendien blijkt uit onderzoek dat de gemeente Amsterdam heeft laten uitvoeren dat sprake is van een grotere toename van stikstofdioxide als gevolg van snelheidsverhoging dan door verweerder is aangenomen. Voorts heeft verweerder niet deugdelijk gemotiveerd welke belangen een rol hebben gespeeld bij de belangenafweging. Daardoor is ook niet inzichtelijk gemotiveerd waarom de gestelde verkeersbelangen moeten prevaleren boven de gezondheidsbelangen van de Amsterdammers die in de buurt van de snelweg wonen, en boven het belang van de door verweerder en eiser gedeelde verantwoordelijkheid in het kader van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit. Er is sprake van een zodanige onevenwichtigheid in de afweging van de belangen, dat verweerder niet in redelijkheid tot het verkeersbesluit heeft kunnen komen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken