Rb. Amsterdam 4 maart 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:1003
Jeugdzaak. Minderjarige veroordeeld voor gewapende overvallen in Amsterdam en [plaats A] en gijzeling van man in woning [plaats A]. Verdachte tijdens aanhouding neergeschoten door politie. Hierbij heeft hij een dwarslaesie opgelopen en zit in een rolstoel. Verweer tot niet-ontvankelijkheid OM verworpen. Eis van officier van justitie was toepassing van meerderjarigenstrafrecht ingevolge artikel 77b Sr. Eis 7 jaar gevangenisstraf ondanks medische situatie. Rechtbank past minderjarigenstrafrecht toe. Dit gelet op omstandigheden waaronder feiten zijn begaan en persoon dader, overeenkomstig adviezen deskundigen. Ook in lijn met geldende jurisprudentie en internationaal recht, IVRK. Minderjarige veroordeeld tot 24 maanden jeugddetentie, maar legt dit voorwaardelijk op. Aangezien de nu pas 18 jarige verdachte voor de rest van zijn leven is gehavend, een dwarslaesie heeft en in een rolstoel zit acht de rechtbank een onvoorwaardelijke detentie inhumaan en dient dit geen redelijk strafdoel.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 36f Sr
- Artikel 45 Sr
- Artikel 46 Sr
- Artikel 47 Sr
- Artikel 55 Sr
- Artikel 77b Sr
- Artikel 77g Sr
- Artikel 77i Sr
- Artikel 77x Sr
- Artikel 77y Sr
- Artikel 77z Sr
- Artikel 77gg Sr
- Artikel 282 Sr
- Artikel 285 Sr
- Artikel 312 Sr
- Artikel 317 Sr
- Artikel 12 Sv
- Artikel 359a Sv
- Artikel 366a Sv
- Artikel 1 Wet op de identificatieplicht