Rb. Amsterdam 3 mei 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:CA1758

De rechtbank acht de volgende tenlastegelegde feiten bewezen: Voortgezette handeling van medeplegen van poging tot moord en medeplegen van voorbereiding van moord; medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd; medeplegen van poging tot opzettelijk een ontploffing teweeg brengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is; medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd; gewoonte maken van witwassen; uitlokking van opzettelijk een brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is; medeplegen van oplichting en medeplegen van het stichten van brand in een enig tegen brandgevaar verzekerd goed om zich of een ander ten nadele van de verzekeraar wederrechtelijk te bevoordelen; medeplegen van het opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd; medeplegen van afpersing en medeplegen van afdreiging; medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd; opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd; medeplegen van poging tot opzettelijk een brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is; opzetheling. Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van twintig jaren

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen