Rb. Amsterdam 3 mei 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:CA1739

De rechtbank acht bewezen dat verdachte strafbaar is voor de ten laste gelegde feiten: Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd; Voorwerpen voorhanden hebben, wetende dat zij bestemd zijn tot het plegen van enig in artikel 231, eerste lid en 232, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht omschreven misdrijf; In het bezit zijn van een reisdocument wetende dat het vals of vervalst is, meermalen gepleegd; Opzettelijk een geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht voorhanden hebben, wetende dat dit geschrift bestemd is voor gebruik als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd; Zijn beroep maken van opzettelijk een voorwerp dat kennelijk is bestemd, of gegevens die kennelijk zijn bestemd, tot het plegen van het in eerste lid van artikel 326c van het Wetboek van Strafrecht bedoelde misdrijf uit winstbejag bewaren. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van achttien maanden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen