Rb. Amsterdam 29 mei 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:CA1411
Onafhankelijkheid Armeense rechters? Twee aan het Russische olie- en gasconcern Rosneft gelieerde vennootschappen staan tegenover de in Nederland gevestigde Stichting Administratiekantoor Financial Performance Holdings en een aantal verwante entiteiten en bestuurders (FPH). Het geschil draait om de overdracht van het Armeense Yukos-onderdeel CIS aan Rosneft. FPH heeft destijds een aantal juridische constructies opgetuigd om haar vermogensbestanddelen af te schermen na een mogelijke overdracht van Yukos CIS aan Rosneft. In 2006 heeft de curator in het faillissement van Yukos de aandelen CIS aan Rosneft overdragen. Door de constructies kan Rosneft geen zeggenschap uitoefenen over de vermogensbestanddelen van FPH. Daarom vorderen de aan Rosneft gelieerde vennootschappen ontmanteling van die constructies. Armeense rechters hebben eerder beslist dat de overdracht van de aandelen Yukos CIS aan Rosneft rechtmatig was. FPH bestrijdt dat oordeel: in hun visie kwamen de Armeense rechters niet in onafhankelijkheid tot dat oordeel. FPH baseert die overtuiging onder meer op de verklaring van een Armeense rechter die, nadat hij het land was ontvlucht, heeft gezegd dat hij gedwongen is een bepaalde uitspraak te doen. De FPH krijgt de gelegenheid te bewijzen dat één of meer Armeense rechters inderdaad niet onafhankelijk waren toen zij beslisten dat de overdracht aan Rosneft van de aandelen in Yukos CIS naar Armeens recht rechtsgeldig is.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 700 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 19 Gw
- Artikel 321 Sr
- Artikel 322 Sr
- Artikel 347 Sr
- Artikel 2:7 BW2
- Artikel 2:8 BW2
- Artikel 2:9 BW2
- Artikel 2:196 BW2
- Artikel 2:196b BW2
- Artikel 2:256 BW2
- Artikel 2:285 BW2
- Artikel 2:346 BW2
- Artikel 6:162 BW6
- Artikel 6:166 BW6
- Artikel 3:40 BW3
- Artikel 3:300 BW3
- Artikel 1 Protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden
- Artikel 24