Rb. Amsterdam 6 mei 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ9607

De Belastingdienst heeft van de Belgische belastingdienst de beschikking gekregen over gegevens per 31 januari 1994 van in Nederland woonachtige rekeninghouders van de KB Luxbank te Luxemburg. Het betreft hier gestolen microfiches, die in handen van de Belgische belastingdienst zijn gekomen. De meeste daarop vermelde rekeninghouders hebben opening van zaken gegeven, een aantal ontkent rekeninghouder te zijn of weigert inlichtingen te verschaffen. De Belastingdienst vordert jegens een aantal van deze groep ontkenner of weigeraars in kort geding de nakoming van de fiscale inlichtingenplicht (art. 47 Algemene wet Rijksbelastingen, AWR) op straffe van een dwangsom. De voorzieningenrechter heeft vandaag in acht zaken een grotendeels gelijkluidend vonnis gewezen. In alle gevallen werd de vordering van de Belastingdienst toegewezen. Het vonnis waarin de meeste verweren worden behandeld wordt gepubliceerd. De verweren betreffen de niet-ontvankelijkheid van de Belastingdienst, het arrest BNB 1988/160 (over gebruik van art. 47 AWR als de zaak onder de rechter is), het (spoedeisend) belang van de Belastingdienst, de betrouwbaarheid van de identificatie van gedaagden als KB Lux-rekeninghouder, de rechtmatigheid van het uit België verkregen bewijs en artikel 6 EVRM (eerlijk proces). De verweren, behalve inzake art. 6 EVRM, worden verworpen. De vorderingen worden toegewezen, met dien verstande dat de opgevraagde gegevens en inlichtingen niet aan de oplegging van fiscale of strafrechtelijke sancties ten grondslag mogen worden gelegd, tenzij de Hoge Raad in het op 7 juni 2013 te verwachten arrest oordeelt dat artikel 6 EVRM hieraan niet in de weg staat.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen