Rb. Amsterdam 18 februari 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ4271

Wajong. Bij de beoordeling van laattijdige aanvragen in het kader van de Wet Wajong geeft het UWV toepassing aan de Instructie “Beoordeling laattijdige aanvragen Wet Wajong”. Deze werkinstructie geeft aan hoe een laattijdige aanvraag op grond van de Wet Wajong dient te worden beoordeeld. De rechtbank is van oordeel dat de werkwijze van het UWV, waar bij laattijdige aanvragen in het kader van de Wet Wajong het verzekeringsgeneeskundig onderzoek achterwege wordt gelaten in het geval van enig arbeidsverleden, in strijd is met de wet. De rechtbank overweegt dat voor een juiste beoordeling van het arbeidsverleden verzekeringsgeneeskundig onderzoek nodig kan zijn. De mogelijkheid bestaat immers dat betrokkene in het verleden tot schade van zijn gezondheid heeft gewerkt. Deze beoordeling dient op grond van artikel 2:5, eerste lid, van de Wet Wajong te worden gebaseerd op een onderzoek door de verzekeringsarts. Aan een arbeidsdeskundige kan een dergelijke beoordeling niet worden overgelaten. Ook bestaat de mogelijkheid dat de betrokkene weliswaar een substantiële periode (26 weken) heeft gewerkt, maar dat dit afwijkt van zijn gebruikelijke arbeidspatroon. Ook in dat geval moet de verzekeringsarts beoordelen of het voldoende aannemelijk is dat betrokkene in die periode normaal en/of naar tevredenheid van de werkgever heeft kunnen werken of dat er - gelet op de medische beperkingen - een andere reden zou kunnen bestaan voor het voortduren van de dienstbetrekking. Dit is een zelfstandige medische beoordeling die evenmin door een arbeidsdeskundige kan worden gedaan. De stelling van het UWV dat voor de in de werkinstructie opgenomen pragmatische en efficiënte benadering steun kan worden gevonden in de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep (vgl. CRvB van 29 april 2008, te vinden op www.rechtspraak.nl onder LJ-nummer: BD1411) kan de rechtbank niet volgen, alleen al omdat in geen enkele van de door het UWV aangehaalde uitspraken een medisch onderzoek door een verzekeringsarts achterwege is gebleven. Het UWV heeft dan ook ten onrechte afgezien van een verzekeringsgeneeskundig onderzoek.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen