Rb. Amsterdam 17 januari 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ0428

De werkgever heeft na ontdekking van de aan de werknemer verweten gedraging(en), niet onverwijld stappen ondernomen om het dienstverband te beëindigen. Aan de ontslagreden ontbrak dan ook de subjectieve dringendheid. Hieruit volgt dat aan het ontslag van de werknemer geen arbeidsrechtelijke dringende reden ten grondslag ligt en van verwijtbare werkloosheid als bedoeld in artikel 24, tweede lid, onder a, van de WW geen sprake is.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen