Rb. Amsterdam 9 januari 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:BY8038

De Stichting Collectieve Actie Universiteiten heeft een civiele zaak aangespannen tegen acht universiteiten. Deze stichting behartigt de belangen van studenten die bezwaar maken tegen de hoogte van het collegegeld voor een tweede studie nadat ze hun eerste studie hebben afgerond. Dat collegegeld - het zogenaamde instellingscollegegeld - is door de acht universiteiten sinds 2011 op een veel hoger bedrag vastgesteld dan het wettelijk collegegeld dat studenten voor hun eerste studie moeten betalen. De rechtbank heeft beslist dat de stichting met haar bezwaren aan het verkeerde adres is, omdat de bestuursrechtelijke rechtsgang gevolgd moet worden. De bezwaren tegen de hoogte van het collegegeld dienen al dan niet door studenten zelf te worden voorgelegd aan het College van Beroep voor het Hoger Onderwijs (het CBHO), een bestuursrechterlijk college dat een met voldoende waarborgen omklede rechtsgang biedt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen