Rb. Amsterdam 23 mei 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:9910
Bezwaarschrift ex artikel 32, vierde lid, Wetboek van Strafvordering. Tegen de beslissing van de officier van justitie dat geen afschrift wordt verstrekt van camerabeelden waarop verdachten te zien zouden zijn en waarop de handelingen waarvan zij worden verdacht zichtbaar zouden zijn, hebben de verdachten een bezwaarschrift ingediend. De rechter-commissaris heeft dit bezwaarschrift gegrond verklaard: “In de onderhavige zaak is sprake van camerabeelden waarop naast de verdachten tevens derden te zien zijn, die, aldus de officier van justitie, niet betrokken zijn bij het incident. Het gaat daarbij om beelden, opgenomen in een café. Zonder nadere motivering is niet op voorhand duidelijk, dat het enkel zichtbaar zijn op dergelijke camerabeelden, als gevoelige informatie aangemerkt dient te worden. Voorts dient ervan uit te worden gegaan dat de Gedragsregels van de Nederlandse Orde van Advocaten in beginsel een waarborg bieden tegen ongeoorloofde openbaarmaking van processtukken door de verdediging. Gelet op het voorgaande dient derhalve in dit geval het belang, dat de verdachten in de ruimste zin kennis kunnen nemen van de inhoud van het procesdossier, te prevaleren.”
De uitspraak op rechtspraak.nl