Rb. Amsterdam 11 december 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:8898

Merkenrecht; artikel 2.20 BVIE; De rechtbank heeft geoordeeld dat het teken I love (hartje) Suriname onderscheidend vermogen ontbeert. Zowel eiser als gedaagden wensten rechten te ontlenen aan het gestelde beeldmerk, dat zij willen gebruiken voor commerciële doeleinden. Zij hebben daartoe over en weer vorderingen ingesteld. De rechtbank heeft geoordeeld dat, ofschoon gedaagden geen expliciete vordering hebben ingesteld die erop ziet dat de nietigheid van het beeldmerk wordt uitgesproken, het verweer dat is gevoerd wel degelijk ziet op de nietigheid van het merk vanwege een gebrek aan onderscheidend vermogen. Daar gaat de rechtbank in mee, nu het teken naar haar oordeel ongeschikt is om de herkomstfunctie van het merk uit te oefenen. Daarop stranden zowel de vorderingen van eiser, als die van gedaagden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen