Rb. Amsterdam 18 december 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:8641

Artikel 21 lid 2 IW 1990 heeft alleen betrekking op de verhouding tussen préfaillissementsvorderingen onderling, alsmede op boedelvorderingen onderling. Dit artikel geldt dus niet voor de verhouding tussen het fiscale voorrecht terzake van een préfaillissementsvordering enerzijds en een door een stil pandrecht op bodemzaken gesecureerde boedelvordering anderzijds. Derhalve geldt in dit geval (waarin de pandhouder zijn recht uitoefent voor een ná faillissement ontstane boedelvordering) de hoofdregel dat pand boven voorrecht gaat (artikel 3:279 BW). Curator kan dus niet op grond van artikel 57 lid 3 Fw de executieopbrengst opvorderen van de pandhouder.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen