Rb. Amsterdam 21 augustus 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:7853

vergoeding kosten rechtsbijstand De rechtbank is van oordeel dat verweerder ten onrechte in zijn beleid de vraag of de kosten in bezwaar redelijkerwijs zijn gemaakt afhankelijk stelt van (enkel) het belang dat met het primaire besluit is gemoeid. Gelet op artikel 7:15 van de Awb en het Bpb dient de vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in bezwaar te zijn gebaseerd op de door de rechtsbijstandverlener verrichte werkzaamheden. De in artikel 4, tweede lid, van het Brt opgeworpen drempel van € 500,- om in aanmerking te komen voor gefinancierde rechtsbijstand, kan niet worden doorgetrokken naar de kostenvergoeding voor rechtsbijstand in bezwaar. Uit de memorie van toelichting kan niet worden opgemaakt dat de regering categoriale uitsluiting van vergoeding van de kosten in verband met de behandeling van het bezwaar voor ogen heeft gehad voor gevallen waarin een bedrag is gemoeid dat lager is dan € 500,-.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken