Rb. Amsterdam 9 oktober 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:7679
De rechtbank is van oordeel dat geen sprake is van schending van behoorlijke rechtspleging nu de vrouw op verschillende momenten in de Nederlandse procedure op de hoogte was van de procedure in Marokko en daarbij in Nederland door de consul generaal van Marokko in Nederland is opgeroepen. Dat de uitkomst van de beschikking van Marokko voor de vrouw geen gelijkwaardig resultaat oplevert is geen reden om niet tot erkenning over te gaan. Verder acht de rechtbank dat geen sprake is van strijd met de openbare orde nu uit de beschikking blijkt dat de echtscheiding is uitgesproken op grond van duurzame ontwrichting van het huwelijk, hetgeen naar Nederlands recht eveneens grond is voor echtscheiding. Ook overweegt de rechtbank dat de omstandigheid dat tegen de Marokkaanse echtscheidingsbeschikking geen hoger beroep mogelijk is, geen strijd met de Nederlandse rechtsbeginselen oplevert.
De uitspraak op rechtspraak.nl