Rb. Amsterdam 31 juli 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:6691
Eiser heeft een overeenkomst van opdracht met gedaagde gesloten en vordert betaling van de door hem verrichte werkzaamheden als freelance fysiotherapeut. Gedaagde vordert op haar beurt een schadevergoeding wegens onregelmatige opzegging van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter is van oordeel dat tussen partijen geen arbeidsovereenkomst tot stand is gekomen. Partijen hebben geen overeenstemming bereikt over de essentiële onderdelen van die arbeidsovereenkomst, zoals afspraken over de ingangsdatum en duur van de arbeidsovereenkomst, de werkzaamheden, het aantal te werken uren en het salaris. Enkel blijkt uit de stukken dat oorspronkelijk de insteek was om op enig moment een arbeidsovereenkomst aan te gaan. Met name wat betreft de ingangsdatum van een eventueel aan te gaan loondienstverband kan niet gezegd worden dat beide partijen 1 april 2011 op het oog hadden. Nu gedaagde onvoldoende heeft aangevoerd ter onderbouwing van die door haar gestelde arbeidsovereenkomst, kan het beroep op verrekening in conventie niet slagen. Dat geldt ook voor de reconventionele vordering tot betaling van een schadevergoeding wegens onregelmatige opzegging.
De uitspraak op rechtspraak.nl