Rb. Amsterdam 7 oktober 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:6619
Rechtbank gaat, in een zaak van ten tijde van het strafbare feit zes minderjarige verdachten, in tegen de door de Hoge Raad geformuleerde regel dat overschrijding van de redelijke termijn nooit tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de strafvervolging leidt. Met de sanctie van niet-ontvankelijkheid zal, zo verwacht de rechtbank, het openbaar ministerie zaken tegen minderjarigen minder lang laten liggen. Niet alleen de minderjarige maar ook de samenleving is daarmee gebaat.
De uitspraak op rechtspraak.nl