Rb. Amsterdam 21 augustus 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:6555

Wijziging gebruiksbestemming van pand. Artikel 13 AB 1994 geeft de gemeente de bevoegdheid om indien door de gebruiksverandering een waardevermeerdering tot stand komt, de canon te verhogen. Volgens gedaagde is geen sprake van een waardevermeerdering. Rechtbank: In het deskundigenbericht is gebruik gemaakt van een theoretische methode om de waardevermeerdering van het perceel te berekenen door een vergelijking te maken tussen de situatie waarin de bestemming van het perceel niet is gewijzigd en de situatie waarbij wel een bestemmingswijziging van het perceel heeft plaatsgevonden. Daarbij is niet relevant wat de daadwerkelijk gemaakte stichtingskosten zijn geweest. In de onderhavige zaak is de waardevermeerdering van het perceel gelegen in het feit dat de gebruiksbestemming is gewijzigd. Hoe en met welke kosten deze gebruiksbestemming is/wordt gerealiseerd doet daarbij niet ter zake. In vrijwaring: Gedaagde (een besloten vennootschap) biedt geen verhaal. Eiseres spreekt de bestuurder tevens aandeelhouder van deze vennootschap aan omdat de betalingsonmacht van de vennootschap een gevolg zou zijn van de handelwijze van deze bestuurder/aandeelhouder. Rechtbank: Het dividendbesluit tot een tussentijdse dividenduitkering is in strijd met de statuten genomen en daarmee is het onrechtmatig handelen van de bestuurder/aandeelhouder gegeven. Evenwel geen causaal verband tussen de door eiseres gestelde schade en het onrechtmatig handelen van de bestuurder/aandeelhouder, omdat de vennootschap ook zonder deze onrechtmatige gedraging geen verhaal zou hebben geboden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen