Rb. Amsterdam 4 september 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:5971

Geschil over beëindiging muziekuitgave-overeenkomst. Vervolg op tussenvonnis van 9 mei 2012 (LJN: BW8602), waarin de rechtbank voorshands bewezen achtte dat Nanada c.s. de op haar rustende promotie- en exploitatie-inspanningen ten behoeve van muziekwerken van gedaagden niet naar behoren heeft verricht. Nanada c.s. werd toegelaten tot het leveren van tegenbewijs. De rechtbank komt, naar aanleiding van een voor het eerst na tussenvonnis gedaan beroep op verjaring, deels terug op haar eerdere uitspraak en bepaalt dat voor de beoordeling of Nanada c.s. tekort is gekomen in de nakoming, uitsluitend de promotie- en exploitatie-inspanningen in de periode 25 augustus 2005 tot 25 augustus 2010 relevant zijn. De rechtbank oordeelt dat het tegenbewijs niet is geleverd. Dat brengt met zich dat gedaagden de overeenkomsten rechtsgeldig per 25 augustus 2010 buitengerechtelijk hebben ontbonden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen