Rb. Amsterdam 24 april 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:4890

Middels een Aanwijzingsbesluit als bedoeld in artikel 2.3. APV zijn het [gebied1] en het [gebied2] aangewezen als gebied waar het verboden is om van 29 april 2013 tot en met 30 april 2013 gevel- en steigerdoekreclame van commerciële aard aanwezig te (laten) hebben. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verweerder bevoegd was om het Aanwijzingsbesluit te nemen nu de bedoelde steigerdoeken kunnen worden aangemerkt als zaken als bedoeld in artikel 2.3 van de APV. In aanmerking nemende de terughoudende toets die hier aan de orde is heeft de burgemeester in redelijkheid het Aanwijzingbesluit kunnen nemen. Daarbij is overwogen dat het Aanwijzingsbesluit geldt voor het gehele [gebied1] en het [gebied2] en zich erop richt geveldoeken die qua ontwerp niet aansluiten bij de gemeentelijke stadsdecoratie, gedurende de inhuldigingsdag niet mogelijk te maken. Daarnaast heeft de burgemeester grote commerciële uitingen in verband met sluikreclame willen voorkomen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter valt dit aspect in redelijkheid binnen de bevoegdheid van de burgemeester als bedoeld in artikel 2.3. APV in samenhang met artikel 174 Gemeentewet om openbare samenkomsten een goed en ordentelijk verloop te laten hebben. Daarbij heeft de burgemeester kunnen laten meewegen dat het hier een uniek evenement van groot nationaal belang betreft.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen