Rb. Amsterdam 19 juli 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:4448
In geschil is de vraag of eiseres terzake de vaststelling van het dagloon dient te worden aangemerkt als starter/herintreder als bedoeld in artikel 6 van het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen. Niet in geschil is dat eiseres in mei 2011 een betaling van haar werkgever heeft ontvangen. Gelet op artikel 1, aanhef en onder j, van het Besluit, in samenhang gelezen met artikel 16 van de Wet financiering sociale verzekeringen en artikel 10 van de Wet op de loonbelasting 1964, is de rechtbank van oordeel dat die betaling loon in de zin van de WW is. Op grond van artikel 2, eerste lid, van het Besluit, dient deze loonbetaling vervolgens te worden toegerekend aan het aangiftetijdvak waarover de werkgever van dat loon opgave heeft gedaan, te weten mei 2011. Gezien de dwingende formulering van het voorgaande artikellid, doet de omstandigheid dat de loonbetaling feitelijk gezien vakantiegeld en een verrekening van niet genoten vakantiedagen betreft die per abuis niet in april 2011 is uitbetaald, aan dit oordeel geen afbreuk. Dit brengt met zich dat eiseres volgens de rechtbank niet als starter/herintreder in de zin van artikel 6 van het Besluit kan worden aangemerkt. Beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 10 LB
- Artikel 28a LB
- Artikel 31 LB
- Artikel 16 Wfsv
- Artikel 17 Wfsv
- Artikel 1 Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen
- Artikel 2 Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen
- Artikel 3 Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen
- Artikel 6 Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen
- Artikel 1 Wet aanpassing bestuursprocesrecht