Rb. Amsterdam 3 juli 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:3954
Last onder dwangsom voor iedere keer dat opnieuw stoffen in de Noordzee (EEZ) worden gestort ter plaatse van de Klaverbank. Het zich ontdoen van stoffen in zee zonder vergunning als bedoeld in artikel 6.3 van de Waterwet/artikel 6.8 van het Waterbesluit is een overtreding. De rechtbank moet toetsen of het in zee plaatsen van 27 grote stenen, waarvan sommige met houten beelden, kan worden gekwalificeerd als "plaatsen met een ander oogmerk dan het zich er enkel van ontdoen". Indien dat het geval was, is dat niet als "storten" in de zin van het London Protocol en de uitwerking daarvan in nationale wetgeving aan te merken en valt dat daarmee buiten de reikwijdte van de verbodsbepaling en het vergunningstelsel uit de Waterwet. Dan is geen sprake van overtreding van voorschriften en zou verweerder geen bevoegdheid toekomen om handhavend op te treden. De rechtbank begrijpt "met een ander oogmerk dan het zich er enkel van ontdoen" aldus, dat sprake moet zijn van een directe relatie tussen de te plaatsen vaste substantie of voorwerpen (bijvoorbeeld kabels, pijpleidingen en voorzieningen voor zeeonderzoek) en het beoogde gebruiksdoel voor plaatsing. De stenen, enkele met houten zeepaarden, zouden dan gebruikt moeten worden in verband met dat doel. Eiseres stelt dat de stenen zijn geplaatst met het oogmerk een verklaring af te geven. De stenen zelf worden derhalve niet gebruikt, maar zijn veeleer een middel om die verklaring vorm te geven, althans om aandacht te genereren. Naar het oordeel van de rechtbank ontbreekt er dan ook een noodzakelijk direct en fysiek verband tussen de voorwerpen en het beoogde gebruiksdoel. Aldus kan niet worden geoordeeld dat het plaatsen van de stenen op de zeebodem is geschied met een ander oogmerk kan het zich enkel ervan ontdoen. Dat is verboden, tenzij vooraf een vergunning is verkregen. Eiseres heeft die niet aangevraagd. Verweerder vindt het laten verwijderen van die stenen onevenredig, maar wil wel herhaling in de toekomst voorkomen. Gelet op de eerdere overtreding was verweerder bevoegd om eiseres daartoe een last onder dwangsom ad € 200.000 per nieuwe overtreding op te leggen.
De uitspraak op rechtspraak.nl