Rb. Amsterdam 6 juni 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:3352

Verweerder heeft, mede gelet op de hem toekomende beoordelingsvrijheid, zich baserend op de negatieve adviezen van de Rijksdienst voor de Monumentzorg, in redelijkheid kunnen oordelen dat (een deel van) de boomgroepen waarvoor eiser de aanlegvergunning heeft aangevraagd schade toebrengen aan de landschappelijke, de natuurlijke of cultuurhistorische waarden van het plangebied, zodat de aanlegvergunning moest worden geweigerd. Voor een door eiser later voorgestelde alternatieve situering van de boomgroepen had een nieuwe aanvraag gedaan moeten worden, nu het alternatief een aanzienlijke en niet ondergeschikte afwijking betreft in de positionering van de boomgroepen ten opzichte van de oorspronkelijke aanvraag. Niet is gebleken van een ondubbelzinnige toezegging aan eiser dat een aanlegvergunning, na indiening van een nieuwe aanvraag, zou worden verleend voor de alternatieve situering van de bomen. Verweerder heeft dan ook van de bevoegdheid tot handhaving ten aanzien van de reeds geplante bomen gebruik kunnen maken.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen