Rb. Amsterdam 26 november 2012, ECLI:NL:RBAMS:2012:BZ2080
Beschikking kinderrechter: Handhaven voorlopige ondertoezichtstelling, afwijzen eerder verleende spoed uithuisplaatsing pasgeboren baby. Hangende het onderzoek door de Raad naar de noodzaak van een ondertoezichtstelling van de pasgeboren baby, is de kinderrechter van oordeel dat de pasgeboren baby alvast thuisgeplaatst kan worden. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting, zijn de ouders met hulp (van de wijkverpleging, Spoedhulp, de WSS, Cordaan en het omvangrijke familienetwerk) in staat de pasgeboren baby op verantwoorde wijze thuis op te voeden en te verzorgen. Thuisplaatsing van de kwetsbare baby vereist wel dat de ouders goed (blijven) samenwerken met de hulpverlening, zodat de thuissituatie goed in kaart gebracht en gevolgd kan worden. Het is voor de hechting van de pasgeboren baby van groot belang dat zij zo spoedig mogelijk thuisgeplaatst wordt. Het verzoek om aansluitend aan de spoedmachtiging een machtiging tot uithuisplaatsing te verlenen zal worden afgewezen"
De uitspraak op rechtspraak.nl