Rb. Amsterdam 12 september 2012, ECLI:NL:RBAMS:2012:BY1269

Het geding is geschorst op grond van artikel 29 Faillissementswet (Fw). Hoewel de in artikel 29 Fw genoemde grond voor voortzetting van het geding zich niet voordoet, is de rechtbank van oordeel dat in een geval als het onderhavige een redelijke wetsuitleg meebrengt dat indien geen verificatievergadering plaatsvindt, het geding na beëindiging van het faillissement desverzocht kan worden hervat tussen de oorspronkelijke partijen. In casu is, na de beëindiging van het faillissement, de failliet opgehouden te bestaan. Onder die omstandigheden is voortzetting van het geding tussen de oorspronkelijke partijen niet mogelijk. Volgt niet-ontvankelijkverklaring van de eisende partij.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen