Rb. Amsterdam 13 juli 2012, ECLI:NL:RBAMS:2012:BY0760
Verweerder heeft de aanvraag van eiseres om een nabestaandenuitkering en een halfwezenuitkering op grond van de Anw afgewezen. Rb.: In geschil is de vraag of verweerder terecht heeft geoordeeld dat de echtgenoot van eiseres ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd was voor de Anw. De vraag die daarvoor moet worden beantwoord is of de echtgenoot van eiseres ten tijde van zijn overlijden kan worden aangemerkt als ingezetene van Nederland. Niet in geschil is dat de echtgenoot van eiseres ten tijde van zijn overlijden als ingezetene van Marokko kon worden aangemerkt. Daarom is allereerst van belang of het standpunt van verweerder dat een dubbele woonplaats is uitgesloten in verband met de aard van de sociale zekerheidswetgeving, stand kan houden. Nu verweerder desgevraagd ter zitting niet heeft kunnen aangeven waar, gelet op de feitelijk omstandigheden van dit geval, bij de uitvoering van de Anw een dubbele woonplaats haaks op het verdragsrecht zou kunnen staan of anderszins tot ongewenste resultaten kan leiden, kan de Rb. verweerder in dit standpunt niet volgen. In navolging van de arresten van de Hoge Raad (LJN: BP1466 en BP6285) en de uitspraken van de CRvB van 4 mei 2012, LJN: BW3523 en BW5759, dient daarom aan de hand van alle in aanmerking komende omstandigheden van het geval beoordeeld te worden of de echtgenoot van eiseres ten tijd van zijn overlijden ook woonplaats in Nederland had. De Rb. is i.c. van oordeel dat de echtgenoot van eiseres zijn ingezetenschap van Nederland niet heeft verloren. Gegrond beroep.
De uitspraak op rechtspraak.nl