Rb. Amsterdam 26 april 2012, ECLI:NL:RBAMS:2012:BY0472
Definitieve vaststelling wachtgelduitkering en terugvordering. Eisers stelling dat bij de berekening van het wachtgeld rekening moet worden gehouden met negatieve inkomsten, vindt naar het oordeel van de rechtbank geen steun in de Wachtgeldverordening. Verweerder heeft de bijtelling privégebruik van de auto in navolging van de fiscale wetgeving mogen meetellen als zijnde inkomsten uit arbeid. Voorts heeft verweerder kunnen overgaan tot terugvorderen. De onverschuldigdheid van het wachtgeld is eerst op de datum van het primaire besluit komen vast te staan. Ingevolge artikel 4:104, eerste lid, van de Awb verjaart de rechtsvordering tot betaling van een geldsom vijf jaren nadat de voorgeschreven betalingstermijn is verstreken. Aangezien deze termijn ten tijde van het besluit tot terugvordering niet was verstreken, heeft verweerder kunnen overgaan tot terugvorderen.
De uitspraak op rechtspraak.nl