Rb. Amsterdam 7 juni 2012, ECLI:NL:RBAMS:2012:BW8459
Bij het primaire besluit heeft verweerder eiseres meegedeeld dat naar aanleiding van een verzoek om inlichtingen van de bevoegde fiscale autoriteiten van Spanje is besloten hun informatie te verstrekken. De voorzieningenrechter heeft het verzoek van eiseres om een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende de gegevensuitwisseling zoals neergelegd in het primaire besluit op te schorten, afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang. De voorzieningenrechter heeft daartoe overwogen dat de verzochte inlichtingen al in het bezit zijn van de Spaanse autoriteiten, omdat verweerder deze gegevens abusievelijk al heeft verstrekt. Bij het bestreden besluit is verweerder niet aan de door eiseres ingediende bezwaren tegemoet gekomen, omdat hij, kort gezegd, meent dat hij de van toepassing zijnde regels op een juiste wijze heeft toegepast. Verweerder heeft gesteld dat door het abusievelijk verstrekken van de gegevens aan de Spaanse autoriteiten, het procesbelang aan het beroep is komen te ontvallen. De Rb. stelt voorop dat eiseres de geadresseerde is van het bestreden besluit, dat is genomen op haar bezwaar. De Rb. veronderstelt dan ook dat eiseres belang heeft bij een beroep daartegen, tenzij is gebleken dat dit belang alsnog is komen te vervallen. Tussen partijen is niet in geschil dat de Spaanse autoriteiten hebben toegezegd de door verweerder verzonden gegevens nog niet te zullen gebruiken in afwachting van het oordeel van de Nederlandse rechter. Verweerder heeft gesteld dat de Spaanse autoriteiten strikt genomen niet gebonden zijn aan het oordeel van de Nederlandse rechter. Gelet op de mededeling van de Spaanse autoriteiten dient er echter wel van te worden uitgegaan dat het oordeel van de Rb. feitelijk nog effect kan sorteren op de verdere afhandeling van het verzoek in Spanje. Het abusievelijk verstrekken van de gegevens aan Spanje maakt daarom niet dat het procesbelang van eiseres is komen te vervallen.
De uitspraak op rechtspraak.nl