Rb. Amsterdam 4 mei 2012, ECLI:NL:RBAMS:2012:BW6170

Een in Frankrijk woonachtige gepensioneerde komt in beroep tegen de Zvw-buitenlandbijdrage. Hij voert onder meer aan dat zijn Nederlandse particuliere verzekering per 1 januari 2006 is geëindigd, waarna hij genoodzaakt was een veel duurdere aanvullende particuliere verzekering af te sluiten. De rechtbank is, gelet op de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 13 december 2011 (LJN: BU7125), van oordeel dat geen sprake is van een ongerechtvaardigd onderscheid in behandeling tussen personen die in Nederland wonen en personen die met een Nederlands wettelijk pensioen in een ander EU-land wonen. De vraag of Nederlandse zorgverzekeraars in individuele gevallen ten aanzien van niet-ingezetenen de acceptatieplicht niet zijn nagekomen of anderszins in strijd met op hen rustende verplichtingen hebben gehandeld, dient door de burgerlijke rechter worden beantwoord. De overige beroepgronden slagen evenmin. Het AWBZ-deel van de Zvw-buitenlandbijdrage is geen AWBZ-premie. De Zvw-buitenlandbijdrage is geen belasting. De woonlandfactor kan in rechte stand houden. Er is geen sprake van een keuzerecht.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen